Angst

2. Aan de slag met angst

We gaan onderzoeken of het om een reële angst en irreële angst gaat. Ieder mens heeft meerdere kleine en/of grote angsten, maar als je hiermee aan de slag wilt gaan, kies dan één angst, hoe groot of hoe klein ook, uit om mee te beginnen. Datgene wat nú het meeste leeft. 


Angst heeft compassie nodig. We hoeven niet te oordelen over onszelf (of de ander) als we in angst zijn. Angst is een natuurlijk fenomeen, maar het is wel het onderzoek waard.


Kan je met liefde naar jezelf kijken? Zie de angst in jezelf als een kleine, jonge 5-jarige versie van jezelf. Verdient dit kindje boosheid, een pak rammel of een bestraffende vinger? Of verdient dit lieve kindje een geborgen en beschermende arm om zich heen? Je kunt op deze manier naar jezelf kijken en jezelf (laten) helpen bij het helder krijgen of je angst gegrond en dus reëel is, of dat je angst mogelijk ongegrond en niet reëel is. In beide gevallen verdien je liefde en veiligheid.

Wanneer er angst is, is je zenuwstelsel aangegaan. Je hebt dan maar één ding nodig en dat is veiligheid. Bekijk 
“De ladder van hiërarchie” in het Verdiepingsmateriaal om te zien wat er gebeurt wanneer je getriggerd wordt, zodat je begrijpt wat er precies gebeurt. Je zenuwstelsel maakt continue een scan van de omgeving: ben ik veilig of niet? Wanneer je een angstige gedachten hebt, word je gerekruteerd om te overleven en kom je in een respons. De ladder laat zien hoe dit werkt en hoe je weer in veiligheid komt. 

Aan de slag!


Stap 1:
Creëer een veilige bedding voor jezelf waar je met compassie naar jezelf en je angst kunt kijken. Je kunt dit alleen doen, maar je kunt dit ook met een vriend of partner doen of natuurlijk in een
Moment met Gewoon de Tijd.

Stap 2:
Onderzoek of deze angst reëel of irreëel is. Een irreële angst kan nét zo naar en heftig voelen als een reële angst dus nogmaals: zorg voor een veilige bedding voor jezelf en kijk met compassie. Je bent op zoek. Je vergroot het bewustzijn op deze angst. Veroordelen is nergens voor nodig en nutteloos. Een reële angst is wanneer je in serieus gevaar of levensgevaar bent. De kans is groot dat je dat niet bent, want ons systeem werkt zo goed dat we met echte, reële angst bijna altijd in het moment weten wat we moeten doen. 

Een irreële angst is een angst die ons hoofd ons vertelt. Het is bijvoorbeeld niet echt zo dat niemand je aardig vindt, maar het kan wel zo voelen. Je kan ook bang zijn dat het leven nooit meer fijn wordt omdat niemand je aardig vindt. Is dat waar? Is dat een reële angst? Nee, je bent niet écht in gevaar. Ja, je voelt je wel écht rot.

Is je angst reëel? Schakel hulp in, deel, doe wat je moet doen om jezelf (en wellicht anderen) in veiligheid te brengen. Is je angst irreëel? Het kan nog steeds echt voelen, dus gaan we aan de slag met stap 3.

Stap 3:
Om de angst op te lossen, moet je kijken waar de wortel van deze angst ligt. Hiervoor kun je de vragen van Byron Katie gebruiken (zie
Verdiepingsmateriaal | De 4 vragen). Soms zijn de antwoorden op de vragen heel makkelijk te vinden. Soms helpt het als iemand even met je meekijkt. Plan daarvoor gerust een Moment in met ons. Hoe goed je jezelf ook kent, juist bij het zoeken naar deze antwoorden, is het enorm waardevol als iemand even met je meekijkt.

Er is training nodig

Als je helder hebt welke angst er speelt kun je gericht gaan trainen. Bij een reële angst weet je op het moment hoe je moet handelen. Maar kijk je tegen bijvoorbeeld de operatie op, dan hebben we alweer te maken met een irreële angst omdat je er op het moment niets aan kunt doen.

De vraag is altijd: Kan ik er NU iets aan doen?

We maken ons vaak zorgen over de toekomst. “We’ll cross that bridge when we get there” is een waardevolle spreuk. Je kunt je nu al druk maken over de uitslag van een test, of het gesprek van morgen of zelfs volgende week. Maar het enige wat je ermee zult bereiken is dat het NU heel naar en stressvol is. Zo kun je, om in de metafoor van de brug te blijven, nu al bedenken of de brug over het ravijn van touw is, misschien al erg oud en dus levensgevaarlijk of misschien is het wel een miezerig laddertje dat gevaarlijk over de veel te grote leegte heen reikt en dus totaal onhaalbaar.

Maar als je dan dagen later aankomt bij de brug, zie je dat het de meest stabiele en stevige overgang ooit is. We denken regelmatig, heb ik me hier nou zo druk om gemaakt? Dat is wat irreële angsten doen.

Dus: Kan ik er NU iets aan doen? Nee… dan ga ik via “De Tijdlijn” in het Verdiepingsmateriaal terug naar de oorsprong van de rivier.

Met “De Tijdlijn” (pak hem er even bij!) ga je onderzoeken:
- Wat zorgde voor de trigger van mijn zenuwstelsel?
- Waar voel ik me precies onveilig door?
- Hoe bied ik mezelf veiligheid? Wie of wat heb ik nu nodig?

Als je in het gevoel van veiligheid bent, kun je Vertrouwen voelen, in jouw eigen kunnen, in de ander, in de onzekerheid of in het niet Weten. Zet wekkers om jezelf te herinneren dat je veilig en geliefd bent. Doe het nu meteen even; pak je telefoon, zet een wekker, bijvoorbeeld iedere dag om 08.55 uur met het bericht (dus de naam van de wekker): Ik ben veilig en geliefd. Als die zin niet bij je past, zoek je een zin die wél goed voelt. Bijvoorbeeld: ik ben veilig, ik voel mij goed.

Op naar Vertrouwen!

Het is ongrijpbaar; we kunnen niet verklaren hoe we het wél hebben, vaak wel verklaren hoe we het nu absoluut niet hebben. Vertrouwen is een vreemd fenomeen. Als je geen vertrouwen hebt, voel je onveiligheid.

Er zijn 3 lagen van Vertrouwen.
1. Vertrouwen in jezelf
2. Vertrouwen in de ander
3. Vertrouwen in het leven en dat wat groter is dan ons zelf

Om terug te komen bij Vertrouwen of Vertrouwen te trainen, ga naar
“Vertrouwen doe je zo” bij het Verdiepingsmateriaal.